Rijke historie

Verhalen van boeren en buitenlui onder proosten, patriciërs en adel

Ridder Fulco (1100-1149)
Proosdij Maarsbergen ca 1640
Samuel de Marez en Margaretha Trip en dochter (1665)
Trotse boer (1905)
Melkkoeien op de deel 1970
Ineke & Erik voor de Cruijvoort

Vier eeuwen boeren en buitenlui op De Cruijvoort

Verscholen tussen hoog opgaande eikenbomen ligt schuin tegenover Kasteel Maarsbergen de monumentale landgoedhoeve 'De Cruijvoort'. Het is alsof de oude hoeve weet heeft van ruim vier eeuwen die zich hier hebben afgespeeld.

Boeren onder proosten

In 1134 schonk ridder Fulco van Berne zijn bezittingen in het moerassige overgangsgebied tussen de Utrechtse Heuvelrug en de Gelderse Vallei bij Maarsbergen aan de kloosterorde van de Norbertijnen en werd de Abdij van Berne gesticht. Maarsbergen was een belangrijke proosdij van de abdij, een uithof (grote kloosterboerderij) van waaruit de landerijen werden bewerkt en beheerd om inkomsten te verkrijgen voor de abdij. De proost, een priester van de abdij, was bedrijfsleider en rentmeester. Op de plaats van het huidige kasteel stond het proosdijhuis. De proosdij heeft de afwatering in het gebied verbeterd, een deel van de woeste gronden ontgonnen en nieuwe boerderijen gesticht. Een gedeelte van de woeste gronden werd niet in cultuur genomen, maar was voor algemeen gebruik van de pachters voor het weiden van schapen en heide te plaggen.

Het verhaal van De Cruijvoort begint in 1584 tijdens de Tachtigjarige oorlog. Het was een zware tijd voor Maarsbergen. Veel onrust en niet veilig door rondzwervende en plunderende soldaten. Maarsbergen werd door de oorlogshandelingen bijna helemaal platgebrand en lag er verlaten bij door alle verwoestingen. Sommige boeren probeerde nog te overleven. Na de oorlog zag de landheer - de Abdij van Berne - geen kans om de boerderijen weer op te bouwen. De pachters mochten  dit zelf doen en hun gebouwen als eigendom beschouwen. Eén van hen was Melis Sandersz. Hij pachtte een stukje land tegenover het proosdijhuis en bouwde er een klein boerderijtje. Bij de 'voorde' (een doorwaadbare plaats) door 'het moeras bij de berg' (Maarsbergen), waar je met een 'cruijde' (kruiwagen) doorheen kon, vandaar de naam Cruijvoort.

Na het einde van de Tachtigjarige oorlog in 1648 raakte de Abdij van Berne al haar bezittingen in Maarsbergen kwijt. De abdijgoederen werden in beslag genomen door de de toenmalige overheid - de Staten van Holland - en vervolgens publiek verkocht.

Boeren onder patriciërs 

In 1656, kocht Samuel de Marez bijna heel Maarsbergen. Deze Amsterdamse koopman was - net als zijn vrouw Margaretha Trip - steenrijk. Zij lieten van het voormalige proosdijgoed een prachtige buitenplaats maken. Bij de aanleg van de grote parkaanleg - in Hollands-classisistische tuinstijl die toen in de mode was- werd rekening gehouden met bestaande elementen in het landschap zoals heuvels, wegen, water en boerderijen. De hoofdstructuur van de 17-eeuwse aanleg is tot op de dag van vandaag nog zichtbaar.

De Marez liet hij een aantal nieuwe boerderijen herbouwen, waaronder  De Cruijvoort, op de plaats waar in de tijd van de proosdij al boerderijen stonden. De Cruijvoort heeft een prominente ligging, schuin tegenover het kasteel aan de Heerensteeg, de oprijlaan vanuit het noorden. Dit is te zien op de oudst bekende afbeelding op de kaart van het landgoed door Justus van Broeckhuijsen uit 1716-1721. In vogelvlucht zijn een een boerderij, een schaapskooi en twee hooibergen getekend. Akkerbouw was in die tijd belangrijker dan veeteelt. Vooral rogge, boekweit en gerst werden geteeld. De veestapel was klein, enkele melkkoeien, een paar varkens voor de slacht, een paard voor het werk op het land, en wat kippen. De koeien werden geweid op de lage gronden in de Maarsbergse Meent. Wel waren er veel schapen die  overdag op de uitgestrekte heide graasden en 's nachts overnachtten in de schaapskooi. De schapenmest vermengd met heideplaggen was nodig als bemesting van het bouwland. De heidevelden werden niet alleen gebruikt voor het grazen van het vee, maar ook gebruikt om plaggen te steken. De plaggen werden in de potstallen vermengd met de mest van de dieren en op het schrale bouwland gebracht.

In 1804 kocht Mr. Jan du Bois kasteel Maarsbergen en belangrijke delen van het  landgoed, waaronder hofstede De Cruijvoort. Jan du Bois was advocaat bij het Hof van Holland en tussen 1810 en 1825 burgemeester van Maarn en Maarsbergen. De familie Du Bois voerde verschillende veranderingen door aan het Huis, het park, de boerderijen en de omliggende landerijen. Het 17e -eeuwse park werd omgevormd in Engelse landschapsstijl en delen van het landgoed werden bebost. Bij  De Cruijvoort werd een bakhuis naast de boerderij gebouwd. De monumentale knotlinde voor het bakhuis stamt ook uit die tijd. In de periode daarvoor werd het brood gebakken in de oven onder de schouw van de 'heerd' (de voorkamer) van de boerderij. De voormalige ovenbogen zijn nog aanwezig en zijn het enige voorbeeld op de Utrechtse Heuvelrug waar een inpandige stenen oven voor het bakken van brood is aangetroffen.

Boeren onder adel

In 1882 ging Landgoed Maarsbergen weer over in andere handen en werd Jonkheer Karel Anthonie Godin de Beaufort eigenaar van het kasteel Maarsbergen met de gronden er omheen. Hij heeft een groot stempel gedrukt op de huidige verschijningsvorm van het landgoed. In 1886 werd de gemeenschappelijke heidegrond verdeeld omdat deze door de komst van de kunstmest niet langer noodzakelijk was voor het maken van stalmest. De natte heidegronden werden ontgonnen tot landbouwgrond voor bestaande en nieuwe boerderijen. De droge heidegronden werden bestemd voor bosbouw en ingeplant met Groveden. In die tijd raakte de landbouw opnieuw in een crisis, die met name de akkerbouw trof. Om de boeren een betere toekomst te kunnen geven investeerde de Jonker in modernisering en vergroting van een aantal boerderijen, waaronder De Cruijvoort. De boerderij werd in 1889 gedeeltelijk gesloopt en herbouwd naar voorbeeld van de oude, vroeg 18e-eeuwse boerderij op deze plaats. Op de deel kwamen een grupstal met plaats voor 24 koeien. Achter de boerderij bevindt zich de voormalige varkensschuur met vroeg 18-eeuwse gebinten die bewaard zijn gebleven. Op het erf staat ook nog een hooiberg met rieten kap uit het midden van de 19-eeuw.

Tot 1960 werd op De Cruijvoort op een traditionele manier geboerd. De koeien werden met de hand gemolken. Voor het zware ploegwerk werd een paard gebruikt.  De Cruijvoort is altijd een gemengd bedrijf geweest met koeien, varkens en kippen, met grasland en bouwland. Daarna kwam de landbouw in een stroomversnelling van productievergroting, schaalvergroting en intensivering. De overheid stimuleerde dit proces, met voorlichting, onderwijs, onderzoek en subsidies. De kleine gemengde bedrijven op het landgoed  werden gespecialiseerde veebedrijven met meer koeien en varkens en gingen produceren voor de wereldmarkt. Ook de pachter van De Cruijvoort ging mee in deze ontwikkeling. De ruilverkaveling had tot gevolg dat hij in 1982 verhuisde naar een nieuwe boerderij aan de rand van het landgoed.

Hobbyboeren, burgers en buitenlui 

Na de beëindiging van het boerenbedrijf in 1982 kwamen Erik en Ineke Somsen met hun kinderen op De Cruijvoort.  Ze zijn beide van boerenafkomst en verlangden erna weer buiten op het platteland te wonen. Er was veel achterstallig onderhoud en overal op het erf en in het weiland stonden hokken en schuren. Er brak een periode aan van slopen, en stukje bij beetje opknappen, verbouwen en restaureren. Ook het verwaarloosde erf werd opnieuw ingericht, waarbij de oorspronkelijke indeling en elementen deels zijn hersteld. In de hof voor de boerderij zijn vier perken met een cirkel in het midden van buxus en later Japanse hulst. Deze symboliseren de vier windstreken en vier seizoenen met de zon als levensbron in het midden. De luiken zijn geschilderd in de kleuren van het landgoed Maarsbergen en symboliseren geloof en glorie (geel), hoop en leven (groen), liefde en offer (rood)

Het boerderijcomplex De Cruijvoort is een rijksmonument en onderdeel van de beschermde, historische buitenplaats Maarsbergen . Het gave en mooi bewaarde boerderijcomplex en de authentieke erfaanleg kreeg in 2000 het predicaat 'Boerderij van het jaar'. De jury vond de landgoedhoeve een uitstekend voorbeeld in het streven naar het behoud van de karakteristieke verschijningsvorm van boerderij en erf, ook als de boerderij geen agrarische functie meer heeft.

De Cruijvoort verandert met de tijd mee. Ruim vier eeuwen ligt de oude hoeve op deze plaats. Een plek waar generaties bewoners kwamen en gingen. Boeren die hier in het overgangsgebied van de Utrechtse Heuvelrug naar de Gelderse Vallei in het zweet huns aanschijns een karige boterham verdienden. Er wonen nu hobbyboeren en buitenlui. In de voormalige  wagenloods worden gasten ontvangen die mee kunnen genieten van rust, natuur en historisch erfgoed in een lieflijk landschap'.