Rijke historie

Verhalen van boeren en buitenlui onder proosten, patriciërs en adel

Ridder Fulco (1100-1149)
Proosdij Maarsbergen ca 1640
Samuel de Marez en Margaretha Trip en dochter (1665)
Boerderij in Maarsbergen in 1797
De Cruijvoort in 1905
De Cruijvoort in 1982
Ineke en Erik Somsen voor hun landgoedhoeve

Vier eeuwen boeren en buitenlui op De Cruijvoort

Verscholen tussen hoog opgaande eikenbomen ligt schuin tegenover Kasteel Maarsbergen de monumentale landgoedhoeve 'De Cruijvoort'. Het is alsof de oude hoeve weet heeft van ruim vier eeuwen die zich hier hebben afgespeeld.

Boeren onder de geestelijkheid

In 1134 schonk ridder Fulco van Berne zijn bezittingen in het moerassige overgangsgebied tussen de Utrechtse Heuvelrug en de Gelderse Vallei bij Maarsbergen aan de kloosterorde van de Norbertijnen en werd de Abdij van Berne gesticht. Maarsbergen was een belangrijke proosdij van de abdij, een uithof (grote kloosterboerderij) van waaruit de landerijen werden bewerkt en beheerd om inkomsten te verkrijgen voor de abdij. De proost, een priester van de abdij, was bedrijfsleider en rentmeester. Op de plaats van het huidige kasteel stond het proosdijhuis. De proosdij heeft de afwatering in het gebied verbeterd, een deel van de woeste gronden ontgonnen en nieuwe boerderijen gesticht. Een gedeelte van de woeste gronden werd niet in cultuur genomen, maar was voor algemeen gebruik van de pachters voor het weiden van schapen en heide te plaggen.

Het verhaal van De Cruijvoort begint in 1584 tijdens de Tachtigjarige oorlog. In deze streek was het in die tijd onrustig en niet veilig door rondzwervende en plunderende soldaten. Maarsbergen werd bijna helemaal in de as gelegd en lag er verlaten bij door alle verwoestingen. Een aantal boeren probeerde nog te overleven. Omdat de proost geen kans zag om de boerderijen na het oorlogsgeweld te herbouwen, mochten de pachters dit zelf doen. Eén van hen was Melis Sandersz. Hij pachtte een stukje land tegenover het proosdijhuis in en bouwde er een klein boerderijtje. Hij was de eerste bewoner op De Cruijvoort.

Na het einde van de Tachtigjarige oorlog in 1648 raakte de Abdij van Berne al haar bezittingen in Maarsbergen kwijt. De abdijgoederen werden in beslag genomen door de de toenmalige overheid - de Staten van Holland - en vervolgens verkocht.

Boeren onder de patriciërs 

In 1656, kocht Samuel de Marez bijna heel Maarsbergen. Deze Amsterdamse koopman was - net als zijn vrouw Margaretha Trip - steenrijk. Zij lieten van het voormalige proosdijgoed een prachtige buitenplaats maken. Bij de aanleg van de grote parkaanleg - in Hollands-classisistische tuinstijl die toen in de mode was- werd rekening gehouden met bestaande elementen in het landschap zoals heuvels, wegen, water en boerderijen. De hoofdstructuur van de zeventiende eeuwse aanleg is tot op de dag van vandaag nog zichtbaar.

De Marez liet hij een aantal nieuwe boerderijen bouwen, waaronder  De Cruijvoort. Bij deze boerderij  stonden twee zaadbergen voor de opslag van het geoogste graan. Akkerbouw was in die tijd belangrijker dan veeteelt. Vooral rogge, boekweit en gerst werden geteeld. De veestapel was klein, enkele melkkoeien, een paard voor het werk op het land, schapen en wat kippen. De koeien werden geweid op de lage gronden in de Maarsbergse Meent. De schapen graasden  overdag op de heide, 's nachts gingen ze naar de schaapskooi. De heidevelden werden niet alleen gebruikt voor het grazen van het vee, maar ook gebruikt om plaggen te steken. De plaggen werden in de potstallen vermengd met de mest van de dieren en op het schrale bouwland gebracht.

In 1804 kocht Mr. Jan du Bois kasteel Maarsbergen en belangrijke delen van het  landgoed. Jan du Bois was advocaat bij het Hof van Holland en tussen 1810 en 1825 burgemeester van Maarn en Maarsbergen. De familie Du Bois voerde verschillende veranderingen door aan het Huis, het park, de boerderijen en de omliggende landerijen. Het 17e eeuwse park werd omgevormd in Engelse landschapsstijl en delen van het landgoed werden bebost. Bij  De Cruijvoort werd een bakhuis naast de boerderij gebouwd. De monumentale knotlinde voor het bakhuis stamt ook uit die tijd. In de periode daarvoor werd het brood gebakken in de oven onder de schouw van de heerd (de voorkamer) van de boerderij. De voormalige ovenbogen zijn nog aanwezig en zijn het enige voorbeeld op de Utrechtse Heuvelrug waar een inpandige oven is aangetroffen.

Boeren onder de adel

In 1882 ging Landgoed Maarsbergen weer over in andere handen en werd Jonkheer Karel Anthonie Godin de Beaufort eigenaar van het kasteel Maarsbergen met de gronden er omheen. Hij heeft een groot stempel gedrukt op de huidige verschijningsvorm van het landgoed. In 1886 werd de gemeenschappelijke heidegrond verdeeld omdat deze door de komst van de kunstmest niet langer noodzakelijk was voor het maken van stalmest. De natte heidegronden werden ontgonnen tot landbouwgrond voor bestaande en nieuwe boerderijen. De droge heidegronden werden bestemd voor bosbouw en ingeplant met groveden. In die tijd raakte de landbouw opnieuw in een crisis, die met name de akkerbouw trof. Om de boeren een betere toekomst te kunnen geven investeerde de Jonker in modernisering en vergroting van een aantal boerderijen, waaronder De Cruijvoort. De boerderij werd in 1889 gedeeltelijk gesloopt en herbouwd naar voorbeeld van de oude, vroeg 18e-eeuwse boerderij op deze plaats. Op de deel kwamen een grupstal met plaats voor 24 koeien. Achter de boerderij bevindt zich de voormalige varkensschuur met vroeg 18-e eeuwse gebinten die bewaard zijn gebleven. Op het erf staat ook nog een hooiberg met rieten kap uit het midden van de 19e-eeuw.

Tot 1960 werd op De Cruijvoort op een traditionele manier geboerd. De koeien werden met de hand gemolken. Voor het zware ploegwerk werd een paard gebruikt.  De Cruijvoort is altijd een gemengd bedrijf geweest met koeien, varkens en kippen, met grasland en bouwland. Daarna kwam de landbouw in een stroomversnelling van productievergroting, schaalvergroting en intensivering. De overheid stimuleerde dit proces, met voorlichting, onderwijs en onderzoek en subsidies. De kleine gemengde bedrijven op het landgoed Maarsbergen, werden gespecialiseerde veebedrijven met meer koeien en varkens en gingen produceren voor de wereldmarkt. Ook de pachter van De Cruijvoort ging mee in deze ontwikkeling. De ruilverkaveling had tot gevolg dat hij in 1982 verhuisde naar een nieuwe boerderij aan de rand van het landgoed.

Hobbyboeren en buitenlui 

In 1982 kwamen Erik en Ineke Somsen met hun kinderen op De Cruijvoort.  Ze zijn beide van boerenafkomst en verlangden erna weer buiten op het platteland te wonen. Er was veel achterstallig onderhoud en overal op het erf en in het weiland stonden hokken en schuren. Er brak een periode aan van slopen, en stukje bij beetje opknappen, restaureren  en verbouwen. Ook het verwaarloosde erf werd opnieuw ingericht, waarbij de oorspronkelijke indeling en elementen zijn hersteld. In de hof voor de boerderij zijn vier perken met een cirkel in het midden van buxus en later Japanse hulst. Deze symboliseren de vier windstreken en vier seizoenen met de zon als levensbron in het midden. De luiken zijn geschilderd in de kleuren van het landgoed Maarsbergen en symboliseren geloof en glorie (geel), hoop en leven (groen), liefde en offer (rood)

Het boerderijcomplex De Cruijvoort is een rijksmonument en onderdeel van de beschermde, historische buitenplaats Maarsbergen en kreeg in 2000 het predicaat 'Boerderij van het jaar'. De jury vond de landgoedhoeve een uitstekend voorbeeld in het streven naar het behoud van de karakteristieke verschijningsvorm van boerderij en erf, ook als de boerderij geen agrarische functie meer heeft.

De Cruijvoort verandert mee met de tijd. Ruim vier eeuwen ligt de oude hoeve op deze plaats. Een plek waar generaties bewoners kwamen en gingen. Boeren die hier in het overgangsgebied van de Utrechtse Heuvelrug naar de Gelderse Vallei in het zweet huns aanschijns een karige boterham verdienden.  En buitenlui die er zijn gaan wonen en nu gasten ontvangen. Om te kunnen genieten van rust,  natuur, van historisch erfgoed in de prachtige omgeving.